Wetenschappelijk onderzoek met tweelingen

Onze vereniging is opgericht om bij te dragen aan de wetenschap en de volksgezondheid.
In de statuten van onze vereniging staat dat mooi verwoord:
De vereniging heeft tot doel:

a - het zich ten dienste stellen van volksgezondheid en wetenschap
b - de culturele verrijking van de leden
c - het leggen van contacten met buitenlandse zusterverenigingen.

Maar waarom zijn  tweelingen zo interessant voor de wetenschap?
Heel veel sprekers op onze jaarvergaderingen en congressen zijn daar al op ingegaan. Maar omdat we hopen dat deze site ook wel door niet leden wordt bezocht, gaan we er in dit artikel toch nader op in. Ook zullen we een aantal voorbeelden geven van onderzoeken en enkele resultaten daarvan.

Wat is er zo bijzonder aan tweelingen (en andere meerlingen)?
Er zijn twee soorten tweelingen, de eeneiige en de twee-eiige. Bij de eerste soort zijn de erfelijke eigenschappen helemaal of vrijwel gelijk terwijl bij  twee-eiige tweelingen de erfelijke eigenschappen even sterk verschillen als bij twee broers, twee zusters of een broer en een zus die geen tweeling vormen.
Bij tweelingonderzoek worden groepen eeneiige en twee-eiige tweelingen vergeleken wat de overeenkomstige eigenschappen betreft. Als een eigenschap duidelijk vaker voorkomt (in de wetenschap noemt men dat significant) bij eeneiige dan bij twee-eiige tweelingen, dan pleit dat voor het bestaan van een erfelijke factor. Op die manier kan men vaststellen of  bepaalde ziektes, eigenschappen of karaktertrekken vooral bepaald worden door genetische factoren of juist door omgevingsfactoren. Bij het onderzoek is altijd veel hogere wiskunde, in het bijzonder statistiek en correlatierekening, nodig om conclusies te kunnen trekken.

Waar doet men aan tweelingonderzoek?

In heel veel landen, ondermeer in Canada, Nieuw Zeeland, Australië, België, de Scandinavische landen maar zeker ook in ons land wordt veel aan tweelingonderzoek gedaan. Vooral de Vrije Universiteit in Amsterdam en dan vooral de afdeling biologische psychologie is zeer actief op dit terrein en heeft daarmee een  zeer goede internationale reputatie opgebouwd. De huidige directeur Prof. Boomsma heeft voor haar baanbrekende werk enige jaren geleden de Spinozaprijs gekregen en zo’n prijs krijg je niet zomaar. Die prijs wordt ook wel de Nederlandse Nobelprijs genoemd. Veel mensen zijn bij haar gepromoveerd of bij haar voorganger Prof. Orlebeke. Beiden zijn bij veel van onze leden bekend.
Op de Vrije Universiteit wordt ook het Nederlands Tweelingen Register beheerd waarin gegevens staan van meer dan 7000 tweelingen van 15 tot 80 jaar en 28000 tweelingen van 0 tot 15 jaar,  gebaseerd op zeer uitgebreide vragenlijsten. Ook familieleden wordt verzocht aan deze onderzoeken  deel te nemen.

Enkele resultaten

Veel medewerkers van de VU hebben de afgelopen jaren op onze bijeenkomsten een toelichting op hun onderzoek gegeven. Van die inleidingen verscheen dan altijd weer een kort verslag in ons tweelingenkrantje. Om nu hier een superkorte samenvatting te geven van zulke belangrijke onderzoeken doet de inleiders natuurlijk geen recht: zij hebben meestal jarenlang aan zo’n onderzoek gewerkt. Maar om een indruk te krijgen van wat voor soort conclusies soms getrokken kunnen worden is het toch wel illustratief.
Daarom toch maar een paar voorbeelden:

Ellis Mulder toonde aan dat genen een cruciale rol spelen bij het ontstaan van migraine. Welke genen dat zijn is nog niet bekend maar er loopt momenteel een groot Europees onderzoek, waarbij 30.000 tweelingparen zijn betrokken om de genen te vinden die hierbij een rol spelen. Ook probeert men het biologische mechanisme te vinden dat migraine veroorzaakt. Daarna hoopt men betere medicijnen te ontwikkelen tegen deze kwaal.

Nina Kupper deed een onderzoek naar erfelijkheid van risicofactoren van hart- en vaatziekten. Zij stelde vast dat het risico op deze ziekten zowel door genen als door levensgewoonten wordt bepaald. Door gezonder te leven kunnen de risico’s aanzienlijk beperkt worden. Denk aan goede voeding en niet of minder roken. Ook spelen genetische factoren een rol bij de regeling van de hartslag en de bloeddruk. Moleculair biologen proberen, mede op grond van haar onderzoek nu nieuwe medicijnen te ontwikkelen.

Jacquelien Vink
onderzocht het rookgedrag en rookverslaving. Haar conclusie was ondermeer dat omgevingsfactoren in hoge mate bepalen óf iemand met roken begint, maar dat als je eenmaal met roken  bent begonnen het vooral de genen zijn die bepalen hoeveeel je rookt en  hoe sterk je verslaafd bent. Zij vond ook dat het gewicht van de mensen voor 60 % wordt bepaald door genetische factoren. Genetische factoren bepalen voor 85% de lengte die men uiteindelijk bereikt.

Een prachtig boek waarin meer informatie over tweelingonderzoek is te vinden is :
“Tweelingonderzoek, wat meerlingen vertellen over de mens”, onder redactie van Prof. Boomsma, ISBN 978 90 8659 080 3.

Enkele andere resultaten van tweelingonderzoek:

-Veel eenlingen hebben in de baarmoeder een tweelingzus of –broer gehad die in een vroeg stadium is overleden en die niet of nauwelijks meer aantoonbaar is.
-ongeveer 5 % van de twee-eiige tweelingen wordt geboren as een gespiegelde tweeling met bijvoorbeeld
*de ene linkshandig, de andere rechtshandig
*onregelmatige tanden zijn gespiegeld
*moedervlekken komen op tegenovergestelde plekken voor
*soms zijn hart en longen zelfs gespiegeld.
-de uitslag van de CITO toets wordt voor 60 % bepaald door genetische factoren
-het IQ  op 5-jarige leeftijd is  een redelijke voorspeler van de CITO score zeven jaar later.
-Zweedse vrouwen die tussen 1961 en 1989 moeder werden van een tweeling hadden 29 % minder kans op borstkanker dan moeders van eenlingen. De oorzaak daarvan is nog niet bekend.
-in de zestiger jaren werd een onderzoek onder eeneiige tweelingen uitgevoerd waarbij de ene helft wel en de andere helft geen fluoride behandeling kreeg. Na verloop van tijd bleek dat de tweelingen met een fluoridenbehandeling aanzienlijk minder gaten in de tanden en kiezen had dan degenen zonder behandeling. Dat is jarenlang een argument geweest om fluoride aan het drinkwater toe te voegen.

 

Onderzoeken waaraan leden van ons meewerkten
 

Veel leden van  onze vereniging  staan ingeschreven bij het Nederlands Tweelingen Register en werken op die manier mee aan wetenschappelijk onderzoek. Maar iedereen bepaalt natuurlijk zelf of hij/zij mee wil doen aan een bepaald onderzoek. Soms werd tijdens een congres  of jaarvergadering gevraagd om mee te werken, bijvoorbeeld om bloed af te staan.
Prof. Boomsma refereerde in haar lezing  op ons jubileumcongres aan het onderzoek van de Leidse internist  (inmiddels Professor ) Westendorp over de afweer van infecties  waaraan  leden van ons ook hebben deelgenomen. Later publiceerde hij hierover een artikel in The Lancet, een heel beroemd Engels medisch tijdschrift dat inmiddels zeer vaak wordt geciteerd in de medische vakliteratuur.
De heer Van de Heuvel van het toen nog  Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk onderzocht afdrukken van oren bij onze leden en mede op grond van dat onderzoek werd later iemand veroordeeld.
Zie verder ook de lijst van sprekers tijdens onze jaarvergaderingen en congressen, waaruit blijkt dat leden van onze vereniging vaak een wezenlijke rol hebben gespeeld bij belangrijke onderzoeken .
Wij hopen dat dit korte artikel een goede indruk geeft van het belang van wetenschappelijk onderzoek en de rol van onze leden daar (soms) bij.

Auke en Jan Smid, voorzitters van de Nederlandse Vereniging van Tweelingen (NVT)

 

 

Nederlandse Vereniging van Tweelingen